De meeste makers van een computervirus hebben geen goede bedoelingen. Veel virussen laten geruime tijd niets van zich merken terwijl de computer wel andere computers kan besmetten (een soort incubatietijd).
Als het virus echt actief wordt kan het alles doen wat de gebruiker die het programma uitvoert ook zou kunnen. Daarom zijn virussen met name gevaarlijk voor computers die geen onderscheid maken tussen gewone gebruikers en de systeembeheerder. Vaak vernielen virussen gegevens of verstoren ze de functie van belangrijke programma's. Dat neemt niet weg dat een virus ook heel gericht nformatie (zoals passwords) kan stelen. Permanent op Internet aangesloten zijn heeft ook nadelen.
Vroeger waren er programma's en gegevensbestanden. Toen kwamen er tekstverwerkers en spreadsheets met de mogelijkheid een reeks handelingen in een bestandje te zetten (een macro). Die macro's werden onderdeel van de documenten en bovendien werd de eerst simpele macro-taal een volwaardige programmeertaal. Daarmee werden documenten verkapte programma's en het duurde dan ook niet lang of de eerste macro-virussen deden hun intrede.
Een virusscanner is een programma dat bestanden (vaak ook Email) op de harddisk kan onderzoeken op de aanwezigheid van de meeste virussen. Een belangrijk probleem is dat er in een razend tempo nieuwe (varianten van) virussen gemaakt worden. Een scanner moet dus goed up-to-date gehouden worden en loopt zelfs dan altijd wat achter de fijten aan.